Column

Te zot voor woorden

Ik heb me de afgelopen week toch maar eens verdiept in de promotie/degradatieregeling tussen de Tweede en de Derde divisie. Je moet als journalist toch weten waar je over praat, toch? Nou heb ik de tic dat ik mij best wel verdiep in competitie-opzetten, dus ik ben wel wat gewend. Maar zo zout als nu heb ik het nog nooit gegeten.

 

De KNVB is de laatste jaren een uitblinker geweest in het om zeep helpen van het amateurvoetbal. De voetbalpiramide, de toevoeging van beloftenteams aan de competities met standaardelftallen, het gegoochel met aanvangstijdstippen in met name de Tweede, maar inmiddels ook de Derde divisie, omdat zondagteams liever niet op zaterdagmiddag spelen, het is te veel om op te noemen. Zouden de teruglopende toeschouwersaantallen hier een gevolg van zijn?

 

Maar wat er nu voor misbaksel uit de KNVB competitie-oven is komen rollen. Gelukkig draag ik altijd een riem, anders was mijn broek er van afgezakt. Kort gezegd: de Tweede divisie bestaat dit seizoen uit twee competities. Eén voor eerste elftallen, en één voor beloftenteams. Maar ze spelen wel allemaal tegen elkaar.

 

Hoe het werkt? Ik ga proberen het uit te leggen. Het uitgangspunt is dat er volgend seizoen nog maar twee beloftenteams in de Tweede divisie mogen spelen. Dat is om de amateurclubs tegemoet te komen, en meteen ook het enige goede nieuws. Hoe dat tot stand gaat komen, is te zot voor woorden. Waar het op neer komt, is het volgende. Na 34 wedstrijden worden er twee eindstanden opgemaakt: één van 15 eerste elftallen en één van de drie beloftenteams. En van allebei degradeert de onderste.

 

Dat kan bizarre gevolgen hebben. Want stel nou eens dat Jong Sparta, Jong Vitesse en Jong Almere na 34 duels eerste, tweede en derde staan. Dan moet de nummer 3 van een competitie met 18 ploegen dus degraderen. En het kan nog gekker worden. Want als FC Groningen of FC Volendam kampioen wordt in de Derde divisie, moet ook het als tweede eindigende beloftenteam degraderen. Dan kan je dus de krankzinnige situatie krijgen dat de nummers 2 en 3 van de competitie eruit gaan.

 

Een andere, theoretische mogelijkheid is dat de drie beloftenteams als 16e, 17e en 18e eindigen, en dat Jong Volendam en Jong FC Groningen niét promoveren. In dat geval degradeert de nummer 18. Echter: de nummers 16 en 17 blijven erin. Het op de 15e plaats geëindigde laagste eerste elftal degradeert weer wel. Terwijl er dus drie teams lager zijn geëindigd.

 

Voor de duidelijkheid: Jong FC Groningen en Jong Volendam mogen niet allebei promoveren. In het geval die teams beide kampioen worden, moeten ze een beslissingsduel spelen om te bepalen wie er mag promoveren. Ook nog goed om te weten: beloftenteams spelen geen promotie/degradatiewedstrijden.

 

Deze handreiking van de KNVB aan de amateurclubs in de voortdurende discussie over deelname van beloftenteams aan de reguliere competitie, maakt het weer eens duidelijk dat de beleidsbepalers bij de KNVB er nog steeds geen ene moer van begrijpen. Er wordt weer een halfslachtige maatregel genomen om een eerdere fout een klein beetje aan te pakken. Er is en blijft maar één maatregel mogelijk: de beloftenteams moeten uit de competitie. Want zeg nou eerlijk, zelfs als u bovenstaande uitleg snapt en op een begrijpelijk manier aan mensen die het niet meteen snappen kunt uitleggen, zult u het met mij eens zijn dat deze Tweede en Derde divisie competitie door de KNVB weer op een vakkundige manier tot een gedrocht is getransformeerd.

 

Vroeger was echt niet alles beter, maar o wat verlang ik terug naar een amateurcompetitie waar aan het einde drie hoofdklassekampioenen van de zaterdag en drie van de zondag, die dan eerst om de zaterdag- en zondagtitel gingen spelen. Daarna speelden de twee kampioenen om de landstitel. Aber das war einmal.

 

De KNVB zou eens in de leer moeten gaan bij de Belastingdienst. Die maken het ook niet leuker, maar in elk geval wel makkelijker.

 

Bert Kous